Historie van de kerk

Geschiedenis van de kerk van Engelbert

Slechts het kromme schip en de ingedeukte noordmuur geven de ouderdom van de eenvoudige, langgerekte zaalkerk prijs die wellicht aan Fabianus is gewijd.

Hoewel er nog enige sporen van muurwerk uit de 13e of 14e eeuw zijn, is de kerk zo ingrijpend gewijzigd dat verder weinig aan haar oorsprong doet denken. Het koor komt uit de 16e eeuw, waar het schip waarschijnlijk 18e eeuws is. En ook de oude klok uit 1630 werd vervangen door een klok uit 1949. Het koor is driezijdig gesloten en versterkt met vier steunberen. De twee lancetvensters in het koor zijn smaller dan de spitsboogramen in noord- en zuidmuur die bij een verbouwing in 1779 zijn aangebracht. Ook de westgevel, met de ingang, is van veel latere datum.

Ook in het interieur doet vrijwel niets denken aan oude tijden. In 1904 kreeg de kerk een vlak plafond met decoratief gerangschikte latten en werd de kerk witgepleisterd. In de jaren ’70 verdween het originele bankenplan en kwam er een vloer van gewassen grindtegels. In diezelfde tijd ging ook de sacramentsnis verloren. Tijdens restauraties in 2005 werd dit echter allemaal hersteld; er kwam een houten vloer en het plafond is met geometrische motieven in een grijstint geverfd. Gelukkig had bouwhistoricus W.J. Berghuis (rijksdienst voor monumentenzorg) brokstukken van de sacramentsnis bewaard, waardoor deze weer aangebracht kon worden in de oostmuur en werd voorzien van een gotische bekroning. Daarnaast werden er in de zuidelijke koorwand restanten van een piscina aangetroffen.

De gerestaureerde rococo-preekstoel van de hand van Abraham Bekenkamp is afkomstig uit de kerk van Heveskes. Het vrij recente orgel is in 1938 gebouwd door Hendrick Wicher Flentrop, deels met pijpwerk uit 1855 van Flaes & Brünjes.

De kerk wordt nu gebruikt door oudkatholieken, een gemeenschap die zich afscheidde van Rome in 1723 en na 1870. Zij heeft de ontwikkeling binnen de rooms-katholieke kerk met een groeiend pauselijk gezag afgewezen, maar heeft ook de beslissingen van de Reformatie niet gevolgd. Zij hebben door een voortgaande bezinning steeds duidelijker willen teruggrijpen op het geloofsgoed en de geloofspraktijk van de ongedeelde kerk van de eerste tien eeuwen. Vandaar de naam 'Oudkatholiek'; 'oud' betekent hier: trouw aan de oorsprong. De liturgie die zij hanteren staat veel dichter bij de oorspronkelijke katholieke eucharistie dan bij de protestantse eredienst.